|
Hoewel anders doet vermoeden, is deze motorwagen ondanks
zijn lage nummer niet de oudste tram van Amsterdam.
De motorwagen 1 begon zijn loopbaan in Utrecht. In opdracht
van de Gemeente Tram Utrecht (GTU) werden in 1927 twaalf
motorwagens gebouwd bij de fabriek van Werkspoor in
Zuilen. Zij droegen de nummers 67-78. Toen in 1939 de
Utrechtse Gemeentetram werd opgeheven konden deze twaalf
nieuwste trams worden verkocht aan de Gemeente Tram
Amsterdam, die nog wel wat extra motorwagens kon gebruiken.
De nog goede Utrechtse wagens werden voor duizend gulden
per stuk overgenomen. Na enige aanpassingen, onder andere
werd de Utrechtse trolleystang vervangen door de Amsterdamse
sleepbeugel, en vervanging van het Utrechtse crème
door het Amsterdamse blauw met grijs, werden deze trams
in 1940 onder de nummers 1-12 in dienst gesteld. Hierbij
was de nieuwe motorwagen 1 de vroegere Utrechtse 75.
Wegens hun stad van herkomst werden zij ook wel 'Utrechtenaren'
genoemd. Op lijn 5 reden zij het langst: van 1947 tot
1961. In 1954 werd de serie wegens de komst van nieuwe
autobussen vernummerd in 301-312. Met de opheffing van
lijn 5 in 1961 gingen zij buiten dienst.
Slechts een motorwagen, de 301 (ex-1), werd niet gesloopt
en kreeg in 1967 de status van museumtram. Tussen 1973
en 1978 werd de wagen weer in de toestand van de jaren
veertig gerestaureerd. Bij een schilderbeurt in 1990
keerde het oorspronkelijke nummer 1 weer terug op de
wagen. In de afgelopen twee decennia is deze tram regelmatig
in dienst geweest zowel op de museumtramlijn (op linkerfoto
te zien , opgetuigd als lijn 10) als voor ritten op
het stadsnet. Op de rechterfoto keert de motorwagen
(opgetuigd als lijn 5) met aanhangrijtuig 807 net terug
van zo'n stadsrit en is op weg naar de remise Havenstraat.
Van dit type
tram is ook een trammodel in H0 (1:87)
|