|
Ter vervanging van een deel van het PCC materieel (o.a.
de PCC serie 1200) bestelde HTM begin jaren 70 enkele
wagens van het type GTL. Na enige tijd was de bestelling
al uitgebreid naar 100 tramstellen.
Na lang ontwerpen en puzzelen, waarbij zelfs een enkel_
en dubbelgelede PCC aan te pas zijn gekomen, werd een
dubbel gelede semi-metro tramstel gekozen. Deze 3 delige
tram bestaat uit een A, B en C bak. Hierbij is de A-bak
de voorste wagenhelft, de B-bak de achterste wagenhelft,
en de C-bak is de middelste wagenhelft.
De A+B bak zijn beide 10320 mm in lengte; de C-bak is
6800 mm. De geledingen nemen 600 mm voor hun rekening.
De trams beschikken over 4 motoren, welke 2 aan 2 in
serie geschakeld staan. Tevens zijn de in serie geschakelde
motoren op hun beurt weer parrallel geschakeld.
Motor aansturing loopt middels een chopper-installatie.
Deze chopper-installatie hakt het signaal aan de motoren
in mootjes, en geeft 400 maal per seconde een stuursignaal
af naar de motoren.
Mede hierdoor en door het terugvoeren van opgewekte
energie, vrijgekomen van het remmen, wordt er een energie
besparing van ongeveer 35% behaald.
De deurruimte werd ten opzichte van de PCC ook verbeterd:
niet meer per deur 2 naar binnen draaiende deuren, maar
mer deurpaar 2 deuren plat aan de zijkant. De GTL-8
had in het begin 5 paar van ditsoort deuren. Nadat de
3055 in de 90-er jaren een ernstige aanrijding had gehad
werd deze wagen omgebouwd als prototype voor een nieuwe
serie trams, van het type GTL-8-II, waarbij alle deuren
werden vervangen door zwenk-zwaai deuren, die naar buiten
open zwaaien, zoals bij treinen en bussen.
Later werden alle trams van het type GTL-8 bij het voorste
deurpaar voorzien van zwenk-zwaai deuren, waarbij de
bestuurder de eerste deurhelft dicht kan houden.
De GTL-8 beschikt tevens over een 2e pantograaf, op
het dak van de B-bak. Deze pantograaf dient als reserve,
voor mocht de voorste pantograaf worden verspeeld. De
pantografen gaan niet meer middels een touw op en neer,
zoals bij de PCC gebruikelijk was, maar hydraulisch.
De bestuurder van de tram dient slechts nog een handel
om te zetten om de pantograaf te laten zakken of op
te laten.
Het wisselen van pantograaf vergt echter meer aandacht.
Hiervoor moet men alle deuren openen, de pantograaf
laten zakken, in de C-bak in een kast een schakelaar
omzetten en sleutel pakken, in de A-bak een handel omzetten,
in de B-bak via de hulpcontroller de pantograaf op zetten,
en tot slot terug naar de kast in de C-bak om de sleutel
weer terug te brengen.
|