|
Van deze trams werden er in de jaren 1927 tot 1929
in totaal 150 gebouwd, verdeeld over meerdere series:
4001-4030; Grazer Wagen- und Waggonfabriks AG, 4031-4070,
4121-4150; Maschinen- und Waggonbau Fabriks AG Simmering,
en 4071-4120; Lohnerwerke Wien. De rijtuigen hadden
een houten wagenbak met vier- 1 meter grote- zijramen
(die konden zakken), ruime balkons die plaats gaven
voor dubbel instappen. Ook het houten interieur was
ruim van opzet met tweepersoons dwarsbanken. Het type
M, afgeleid van type N voor de Weense Stadtbahn, reed
vaak in indrukwekkende konvooien (driewagentreinen:
1 motor- met 2 bijwagens) en heeft lang het gezicht
van de stad bepaald. Een deel van dit materiaal is uitgevoerd
met een schaarbeugel, de overigen met een lyra-beugel.
De meeste wagens hebben 4 lijnnumers op het dak. De
lijncijferlantaarn zit dan op de hoek (Ecksignal) en
toont het lijnnummer zowel naar voren als naar opzij.
Vroeger kende men alleen het Mittelsignal (dus in het
midden). Toen kon men het nr. alleen van voren of van
achteren zien, zoals bij deze 4143 (situatie 1976).
Op de bijgaande foto's ziet u dit verschil t.o.v. van
de 4149 (situatie 1979). De 4143 behoorde tot een kleine
groep wagens, de zogenaamde Sitzers, d.w.z. wagens met
een zittende bestuurder. Deze wagens hadden een nokkenschakelkast
i.p.v. de gebruikelijke sleepringkast. De aangescherpte
verkeerswetgeving t.a.v. de beremming, maakte dat deze
wagens met een beperkte snelheid mochten rijden. Midden
jaren '70 verdwenen de meesten uit het stadsbeeld om
plaats te maken voor modernere trams. Gelukkig zijn
er genoeg bewaard gebleven voor verschillende musea.
Begin 1978 werd de 4143 samen met de motorwagen 2614
(type L 1) naar nederland gehaald om het wagenpark op
de Amsterdamse museumlijn te versterken. Kort daarop
volgden mw. 4037 en de aanhangrijtuigen 5290 en 5312
(beiden type M 3). De 4037 en de 5312 zijn inmiddels
terzijde gesteld. De anderen rijden nog steeds hun rondjes
op de museumlijn en zijn aldaar te bewonderen.
Van dit type tram
is er ook een H0 model (1: 87)
|